Oogranden


Na de oogkleur volgen de oogranden. Deze kan men het best omschrijven als bijna onzichtbaar en gaat mee met de veerkleur en zijn smal en fijn van weefsel.
Aan dit "onzichtbare" worden zeer hoge eisen gesteld, zeker bij de topkleuren.
Bij zwart-schietti bijvoorbeeld moeten deze oogranden absoluut zwart zijn, de geringste aanzet tot lichter worden of open oogranden wordt dan ook streng aangepakt.
Uiteraard wel beoordelen in de kooi, in de hand worden de veren strakker samen getrokken, waardoor de oogranden iets meer naar voren komen.
Bij alle kleurslagen wordt de minste aanzet tot rode of roodachtige oogranden zwaar gestraft naar het niveau van de kleurslag.
Roden en gelen hebben uiteraard lichte oogranden, welke wat meer zichtbaar zijn. Grove oogranden werken storend en maken een Duitse Modena ongeschikt voor de tentoonstelling.
Wit met donkere ogen is hierbij ook weer een uitzondering, deze hoort rode oogranden te hebben.

Terug naar de omschrijving