Standaard Duitse Modena (2004)


Land van oorsprong
Italië, in Duitsland naar deze vorm veredeld. Sbl. D/206

Algemeen voorkomen
De kleinste van de kipduiven. Gerond lichaam; de staart wordt iets hoog gedragen maar niet zo hoog als bij de andere kipduivenrassen.
Stand horizontaal. Hals met kop, romp en benen nemen ieder voor zich 1/3 van de totale hoogte in beslag.
De lichaamslengte bedraagt 2/3 van de totale hoogte.

   
Raskenmerken  
Type: Kort, breed met gerond lichaam.
Stand: Hoog en horizontaal.
Kop Gerond, gelijkmatig gewelfd, voorhoofd tamelijk stijl oplopend, breed bij de snavelbasis, bij het lichaam passend.
Ogen Oranje-rood, bij wit oranje-rood of donker.
Oogranden Smal; donker bij donkere kleurslagen, licht bij lichte kleurslagen, rood bij wit met donkere ogen.
Snavel Middellang, naar verhouding stevig; zwart bij donkere kleurslagen, licht bij lichte kleurslagen, donkerhoornkleurig bij rood- en blauwzilverkleurige, bij magnani zonder betekenis.
Neusdoppen Kort en vlak.
Keel Goed uitgesneden.
Hals Vanaf de romp naar de kop toe gelijkmatig dunner wordend.
Borst Vol en breed, goed gerond.
Onderlijn Vol en goed gerond; achter met veel dons; borst- en buikpartij één ononderbroken ronding vormend.
Rug Kort, niet afhellend, breed in de schouders.
Vleugels Kort, de rug goed afdekkend, niet kruisend op de staart gedragen, het staarteinde niet bereikend.
Staart Iets opgetrokken gedragen, kort, niet breed, goed gesloten.
Benen Dijen goed zichtbaar, nagelkleur van geen betekenis.
Bevedering Glad aanliggend; achterpartij met veel dons.
   
Kleurslagen

Gazzi en Schietti
- zwart, rood, geel;
- blauw-, bruinzilver- en blauwzilver ongeband;
- blauw zwartgeband, roodzilver geband, blauwzilver donkergeband en geelzilver geband;
- blauw-, roodzilver-, blauwzilver-, en geelzilver gekrast;
- blauw bronsgeband, bruinzilver bronsgeband;
- blauw bronsgekrast, bruinzilver bronsgekrast;
- donkerblauw bronsschild gezoomd, donkerblauw bronsschild;
- blauwzilver sulpurgeband;
- blauwzilver sulpurschild gezoomd, blauwzilver sulpurschild;
- zwart-, blauw-, rood- en geel witgeband;
- rood- en geel witschild gezoomd
- andalusisch blauw

Alleen bij Schietti:
- wit met oranje ogen, wit met donkere ogen;
- zwart-, blauw- en donkerblauw witschild gezoomd;
- zwart- en blauw lichtgetijgerd en donkergetijgerd;
- blauwschimmel donkergeband, blauwschimmel bronsgeband, roodzilver schimmel.

Bij Magnani:
- veelkleurig, zilversprenkel.

Kleur en tekening
Zie voor kleuren het hoofdstuk “specificatie van de kleuren” in de NBS-standaard.
Schietti: Hele duif gekleurd.

Gazzi Grondkleur wit. Kop, kleine slab, vleugels inclusief slagpennen, staart, boven en onderstaartdek (kiel) gekleurd. De koptekening loopt vanaf de achterkant van de schedel in een booglijn ongeveer 1 cm onder de ogen door naar het voorhoofd. De korte slab goed gerond en niet lager als de punt van de op de keel gedrukte snavel. Gekleurde bovenrug (“brug”) en iets, aan de binnenzijde van de dijen gekleurde “sokjes”, zijn toegestaan. Kleuren volgens boventaande kleurslagen met uitzondering van wit.
Magnani Hoe gevarieerder en hoe gelijkmatiger de kleurverdeling, hoe beter. Slagpennen en staart moeten getekend zijn. Doffers zijn meer getekend. De tekening wordt met toenemende leeftijd donkerder.
a. veelkleurig: Er moeten tenminste drie kleuren duidelijk herkenbaar zijn. grondkleur lichter of donkerder amandelgeel, gedeeltelijk blauwgrijs aangelopen, met sprenkeling in alle bij duiven voorkomende kleuren over de hele bevedering.
b. zilversprenkel: Witte grondkleur met zwarte srenkeling
   
Grondkleur
Andalusisch blauw: een weinig onopvallende roest in de slagpennen is toegestaan.
Gazzi roodzilver en geelzilver: dezelfde kopkleur en banden, bij Schietti wordt voor de kop dezelfde kleur als van de banden nagestreefd.
Getijgerd: bij voorkeur gelijkmatig getekend, slag en staartpennen gekleurd, lichtgetijgerd met regelmatig verdeelde gekleurde tekening, slagpennen aan beide vleugels en de staart bij voorkeur getijgerd.
Blauwschimmel met donkere of bronze banden.

Kleur en vleugelpatroon
Banden lang, licht gebogen, gelijkmatig van breedte en gescheiden.
Krastekening gelijkmatig en bij voorkeur scherp, niet te donker en niet te licht.
Bronsschildige met bruine schilden, de ongezoomde lichter (reebruin) als de gezoomde (kastanjebruin).
Witschildige met bij voorkeur witte schildkleur.
Vinktekening is bij alle gezoomde kleurslagen, brons- en sulpurschilden toegestaan.

Fouten
Te groot, te klein, plomp of lang lichaam; borstnaad; smalle of vlakke borst; te lage of afhellende stand; X-benen; stijve beenstand; te vlakke staartdracht, breed gedragen staart, open staart; hangpennen; slechte vleugeldracht; te dikke resp. te dunne hals; onderbroken onderlijn; platte schedel, te veel achterhoofd; smalle of spitse voorkop, te lange of te dunne snavel; lichte oogranden bij donkere kleurslagen; grove of rode oogranden (behalve bij wit met donkere ogen); slecht omsloten oogrand; ruwe dijbeenbevedering; erg harige of losse bevedering; te matte lichaams- of schildkleur; onzuivere banden; sterke pijltekening bij gezoomde; in gesloten toestand zichtbare schimmel of roest in de slagpennen;.
Gazzi: onregelmatige te laag reikende hals- en nektekening; gekleurde veren in witte lichaamskleur, witte veren in gekleurde veervelden, wit bij de aars.
Schietti: sterk afwijkende kleur of tekening, witte slag- of staartpennen bij donkergetijgerde, erg onregelmatige tekening bij donker- of lichtgetijgerde, schimmel in de nek bij witschild-gezoomde.
Magnani: minder dan drie kleuren; éénkleurige slagpennen en staart; te donkere grondkleur en ontbreken van de kleurspatten.

Beoordeling
Na het algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis:
- Type en grootte
- Stand
- Hals en benen
- Kop
- Ogen en oogranden
- Kleur en tekening

Ringmaat: 7 mm